online website builder

Voorwoord

van dit Essay

Auteur verklaart aan een fictieve, atheïstische, materialistische filosoof dat de geestelijke mens die de mens op aarde doet leven bestaat, aan gene zijde voortbestaat, bevestigd door zijn levensvrienden George Ritchie, Emanuel Swedenborg, Leslie Flint en Stefan von Jankovich, die de overgang tijdelijk meegemaakt, of over de “kantige” horizon van het aardse leven hebben heengekeken. Hun euforie over het voortbestaan werd veroorzaakt door de confrontatie met de eindeloze Wijsheid en Liefde van de Schepper, die in zijn schepping voortschrijdt als de Grootste Mens, wat de auteur beschrijft in een nieuwe theodicee.


Voorts laat hij zijn licht schijnen over het God-mens zijn van Jezus van Nazareth, diens missie, zijn verblijf in de geestelijke wereld, zijn verhouding tot de Vader en zijn verrijzenis.


Vervolgens stelt hij de persoonlijke ervaring van een uittreding aan de orde, die hem geholpen heeft bij zijn voorstelling over de aard 


van de geestelijke energie, en legt hij het verband uit tussen de metafysische en de fysische wereld in de door hem ontworpen scheppingstrap.


Tevens brengt hij verslag uit over het heengaan van zijn kind en dat van de filosoof, waaruit blijkt dat het gangbare ritueel slechts een povere weg vormt het verlies van een geliefde te verwerken.


Een apart hoofdstuk wijdt hij aan Swedenborg`s verslag over: ‘Het verblijf van de gestorven kinderen in de hemel’.

   

Gesteund door de waarachtige getuigenissen van zijn levensvrienden beschrijft hij dat het weerzien van de verloren gewaande geliefde - onder andere met betrekking tot de gestorven kinderen - de meest euforische belevenis is die God de mens heeft bereid, omdat het een bewustwording is van de geborgenheid in extenso die voor de eeuwigheid behouden blijft.